Denkwerknieuws

Gemakkelijk:
nieuwe berichten automatisch in uw inbox!
Vul hieronder uw
e-mailadres in:


Voorbeeld

 

Archief voor de categorie ‘Algemeen’

Hoe wolliger, hoe beter

Geplaatst op 24-11-2011

Alle schrijfadviesboeken en -cursussen hameren erop: vermijd wollige teksten. Maar hoe doe je dat? Oefenen in wollig schrijven is een van de mogelijkheden, en wellicht de leukste.

Wollig is goed!

Hoe wollig wilt u het hebben?

Wollige teksten: je krijgt er geen grip op, je kunt er geen conclusies aan verbinden, je weet niet wie nou wat gaat doen en wanneer, en toch staat het papier vol met woorden die op een of andere manier iets met het onderwerp te maken hebben. In sommige situaties is dat opzet van de auteur. Zo wordt het politici mogelijk om het eens te lijken over dingen waar ze het niet over eens zijn. Het CDA grossiert in dit soort teksten. Maar in veel andere gevallen is het niets meer dan gewoonte, gebrek aan aandacht of aan alternatieven. Veel van de gemeenteambtenaren die ik train, schrijven van nature wollig zonder dat dat een bewuste keuze is. ‘Zo doen we dat altijd. Hoe kan het anders?’

Je kunt dan in de theorie duiken over passieve werkwoordsvormen, nominalisaties en abstracties. Maar je kunt ook een frisse, heldere tekst te pakken nemen en hem ombouwen tot een wollig gedrocht. Naar keuze in ambtenarentaal, in managerspeak, in politieke wolligheid, quasi-wetenschappelijk imponerend of in het specifieke jargon van je eigen organisatie. Als je weet hoe de vijand werkt, weet je ook hoe je hem kunt bestrijden.

Ik ontleen dit idee aan de korte workshop die de School voor Schrijftraining op 18 november gaf aan de leden van TekstNet. ‘Maak deze tekst wollig’ was een opdracht uit de Schrijfcarrousel. En dat deden we. De conclusie van deze exercitie zou resumerend kunnen luiden dat dit instrument, onder kwalificerende omstandigheden, een potentieel waardevolle aanvulling kan vormen op de beschikbare mogelijkheden om schrijfcompetenties naar een hoger plan te tillen.

‘Mijn collega heeft er nog even naar gekeken…’

Geplaatst op 08-11-2011

Het is de boze droom van elke tekstschrijver. Je bent al een tijdje met een klant aan het werk aan een tekst en het punt is bereikt dat het alleen nog over kleine details gaat. Dan komt dat mailtje: ‘Ik heb er nog even een collega naar laten kijken en hij had een paar opmerkingen. Zie hieronder.’

‘Hieronder’ gaat het dan niet over een enkel woordje maar over het totale concept. Als het tegenzit, laat de klant twee of drie collega’s meelezen en krijg je drie tegenstrijdige reacties.

Landhuis: kan het anders?

"Mooi huis. Maar kan het niet smaller? En dan met een rieten dak?"

Tekstschrijvers hebben het op dit punt lastiger dan architecten, om maar een vergelijkbare creatieve beroepsgroep te noemen. De aannemer is bezig de steigers weg te halen, de schilders zijn binnen aan het werk in het nieuwe huis, en dan zegt de opdrachtgever ‘Ik heb mijn zwager gevraagd wat hij ervan vindt. Hij houdt meer van bungalows. Dus kan die bovenetage er niet nog even af?’

Het probleem is dat het lijkt alsof tekst altijd nog veranderd kan worden. Een kwestie van knippen, plakken en bijschrijven toch? De muren van dat nieuwbouwhuis staan er heel solide, daar blijf je wel vanaf. Maar zo’n paar zinnen zijn met een muisklik verdwenen. Wat is het probleem?

Eerst kiezen, dan schrijven…

Het probleem is dat de ene zin de andere niet is. Als het commentaar in de eindfase over meer gaat dan spellingvoorkeuren, grijpt het in in de structuur van de tekst. Vaak gaat het over keuzes die in het begin van het proces gemaakt zijn, bijvoorbeeld over het perspectief. Beschrijven we het onderwerp vanuit de gebruiker, vanuit de leverancier, vanuit de voordelen van een belangengroep die ermee te maken heeft? Al die opties kunnen goed zijn, maar als je er een kiest moet je hem wel volhouden. En als je collega niet heeft meegedaan in dat keuzeproces, kan hij zomaar met zijn eigen voorkeur voor de dag komen. Dan is het onaardig als je er niets mee doet – waarom vraag je anders om zijn mening? -  en dus zit de tekstschrijver met de gebakken peren.

De achtergrond is dat een opdrachtgever zo tegen het eind van het schrijfproces soms nerveus wordt: ‘Straks wordt de brochure gedrukt of de website gepubliceerd; dan kunnen we niet meer terug. Misschien kan iemand bevestigen dat we het goed doen.’ Maar de keerzijde is dat aanvullend commentaar ook de onzekerheid kan vergroten.

…en niet onnodig omkijken

De moraal van het verhaal: maak de fundamentele keuzes vooraf, en betrek daar dan ook die collega bij. Of meerdere collega’s, of de klanten voor wie de tekst bedoeld is. Hoe meer input, hoe mooier. Besteed er tijd aan, verken de alternatieven. Sla dan een richting in en kijk niet meer om. Er zijn altijd andere mogelijkheden en vaak is de ene niet opvallend beter dan de andere. Maar een mengvorm van verschillende concepten is wel altijd slechter.

Schrijven is net schilderen

Geplaatst op 13-12-2010

‘Schrijven is net schilderen,’ zei een workshopdeelnemer vorige week. ‘Je bent de meeste tijd kwijt met de voorbereiding: afbranden, schuren, plamuren en gronden. Daarna is het aflakken een feestje.’

Ik vond het een leuke vergelijking, vooral omdat hij op meer dan één manier opgaat. Neem de tijdbesteding. Bij schilderklussen heb ik me vaak geërgerd omdat ik vier dagen bezig was met al het voorwerk, terwijl het lakken (het ‘echte’ schilderen, vond ik) in minder dan een dag gebeurd was. Bij schrijfwerk komt het ook voor dat ik vier dagen besteed aan briefing, debriefing, research, schrijfplan maken, en toetsing daarvan met de opdrachtgever. Daarna is het ‘echte’ schrijven vaak inderdaad minder dan een dag werk.

Weg met alle oude resten

Weg met alle oude resten

Een tweede mooie parallel is die van het afbranden. Je wilt de resten van de vorige verflaag niet door je nieuwe werk zien schemeren, net zo min als je de naden rond de geknip-en-plakte stukken tekst wilt herkennen die je gemakshalve hergebruikt. Meedogenloos afbranden dus, dat oude werk.

De volgende overeenkomst is dat het geheim van goed vakwerk in het voortraject zit. Op een goed geprepareerde ondergrond kan ik ook nog wel een verdienstelijke laklaag aanbrengen, maar twee jaar nadat ik mijn krachten op mijn kozijnen had beproefd moest ik er toch een vakman bij halen omdat ik in de voorbereiding fouten gemaakt had.

Er zijn ook mensen die bij ‘Schrijven is net schilderen’ aan literatuur en beeldende kunst denken. Daar zit nog een overeenkomst: zowel bij schrijven als schilderen is er een creatieve en een zakelijke variant, en in beide gevallen worden die soms verward. Zakelijk schrijven heeft meer gemeen met een huis schilderen dan met de productie van literatuur, al is het resultaat bij alle schrijvers een vorm van tekst.

Schilderen is net schrijven

Schilderen is net schrijven

De leukste overeenkomst is wel wat mijn cursist zo mooi zei: het aflakken is een feestje. Als je weet wat je wilt schrijven, als je een goede dragende structuur hebt voor je betoog, als je alle argumenten bij de hand hebt, en als al die stukjes op hun plaats vallen, dan is schrijven een feestje. Een strakke tekst geeft minstens zo veel voldoening als een strak gelakte deur.

Hulp voor verslaafde multitaskers

Geplaatst op 20-10-2010

‘Multitasken heeft een verslavend effect,’ schreef ik gisteren. Dat was mild uitgedrukt, als je ziet wat sommige mensen moeten doen om af te kicken.

Op de website van Steve Lambert staat een beschrijving van het programma Selfcontrol:

Is email a distraction? SelfControl is an OS X application which blocks access to incoming and/or outgoing mail servers and websites for a predetermined period of time. For example, you could block access to your email, facebook, and twitter for 90 minutes, but still have access to the rest of the web.

Handig als je niet lastig gevallen wilt worden. Maar wat te doen als de drang naar nieuwe prikkels te machtig wordt? De ware verslaafde sluit dan al gauw het programma af om toch weer even een mailtje te scoren. Niet met Selfcontrol:

Once started, it can not be undone by the application, by deleting the application, or by restarting the computer – you must wait for the timer to run out.

Goed bedacht. Maar dan heb je natuurlijk altijd je iPhone, iPad of Blackberry nog…

Multitasking: vergeet het maar!

Geplaatst op 19-10-2010

Het vreemdste staaltje multitasking vond ik de man die in een rij urinoirs in de VS naast mij met de ene hand zijn mail checkte, terwijl hij met de andere richting gaf aan zijn primaire taak op dat moment. Dat ging wat ver, maar het was onschuldig in vergelijking met de SMS’ende vrachtwagenchauffeurs die diezelfde Verenigde Staten jaarlijks verantwoordelijk zijn voor duizenden doden. Een trucker die een SMS schrijft achter het stuur, heeft 23 maal meer kans om een ongeluk te veroorzaken. De simpele waarheid: multitasking werkt niet.

Om een samenhangend stuk tekst te schrijven of ander constructief denkwerk te doen, heb je de volledige aandacht van je brein nodig. Het goede nieuws is dat ons brein alleen maar volledige aandacht kent: het kan maar één ding tegelijk doen. Als we multitasken, bijvoorbeeld een gesprek voeren terwijl we onze e-mail lezen, wisselen we in feite twee activiteiten razendsnel af. Zo snel dat we de wisseling zelf meestal niet merken en dus denken dat we twee dingen tegelijk doen.

Multitasken is erger dan dronkenschap

Het slechte nieuws is dat we ons na elke wisseling tussen de twee parallelle activiteiten weer even moeten oriënteren: ‘Waar was ik ook alweer?’ En dat kost, zonder dat je het merkt, wel degelijk tijd. Je omgeving merkt die omschakeling overigens meestal wèl aan een vertraagde reactietijd of aan antwoorden die de plank misslaan. Of, in het ergste geval, aan de schaduw van een vrachtwagen die opeens opdoemt in de achteruitkijkspiegel. Chauffeurs die met hun telefoon bezig zijn, blijken in onderzoek nog slechter te reageren dan proefpersonen die zwaar beschonken achter het stuur zitten.

‘Maar we doen toch voortdurend dingen tegelijk?’ roept u nu wellicht. Natuurlijk. We kunnen tegelijk lopen en een gesprek voeren, we kunnen een envelop opensnijden terwijl we uit het raam kijken en koffie ruiken, ons lichaam regelt onze hartslag en ademhaling terwijl we van alles doen. Maar bij de meeste van die activiteiten hebben we ons bewust denkende brein niet nodig. Wandelen en koffie ruiken gaan immers op de automatische piloot. Veel activiteiten zijn fysiek en worden geregeld door ons ‘spiergeheugen’, hoewel het ooit wel mentale aandacht vroeg om ze te leren. Dat is het mechanisme achter de volkswijsheid ‘Fietsen verleer je nooit.’

De proef op de som: probeer het

Hoewel we het dus anders ervaren, is er een verpletterende hoeveelheid onderzoek als bewijs dat ons brein niet kan multitasken. Dat heeft consequenties voor de manier waarop we het beste de activiteiten rond ons denkwerk kunnen inrichten. Het recept ligt voor de hand: probeer één ding tegelijk te doen. Neem een uur denktijd met de telefoon doorgeschakeld. Lees in die tijd geen mail, kijk niet naar je SMS’jes. Die kunnen wel even wachten. Als je vastloopt in je denken, vlucht dan niet in iets anders maar denk gewoon even langer. Experimenteer, en kijk of het verschil maakt.

Het is wel goed om te weten dat multitasken een verslavend effect heeft. Je bent immers druk, je hebt het gevoel dat je heel veel doet, de adrenaline stroomt, en het ziet er aan de oppervlakte ook nog eens indrukwekkend uit. De afkickende multitasker krijgt daar geheid mee te maken. Maar ja, een echte multitasker heeft waarschijnlijk niet de aandachtsspanne om een lang stuk tekst als dit te lezen. Die is allang iets anders aan het doen.

Correcte taal is alles! (zei Confucius al)

Geplaatst op 01-09-2010

Alle organisaties zijn gebouwd op taal. Plannen en afspraken bestaan uit taal, maar ook bij conflicten en misverstanden speelt taal een rol. Veel van die taal is geschreven, van oprichtingsakte tot ontslagbrief. Als het op papier staat, weten we immers waar we aan toe zijn. Toch?

In principe wel, maar het effect van geschreven taal hangt er wel van af hoe helder de tekst is. Bij een gesprek kun je nog aan je gesprekspartner vragen ‘Hoe bedoel je dat?’ of ‘Snap je?’ Bij een onduidelijkheid in een contract van vijf jaar geleden dat je voor het eerst ziet, kun je alleen maar denken ‘Wat zouden ze bedoeld kunnen hebben?’

Sta geen willekeur toe in wat gezegd wordt

Die centrale rol van geschreven taal is niet van vandaag of gisteren. De Chinese wijsgeer Confucius (551-479 v. Chr.) schreef in zijn Analecten (ik citeer een Engelse vertaling):

If language is not correct, then what is said is not what is meant; if what is said is not what is meant, then what must be done remains undone; if this remains undone, morals and art will deteriorate; if justice goes astray, the people will stand about in helpless confusion. Hence there must be no arbitrariness in what is said. This matters above everything.



Confucius

Confucius

Sinds de tijd van Confucius lijkt er niet veel veranderd te zijn. Voor een klant werk ik momenteel aan een module van de cursus Planmatig schrijven die specifiek is toegespitst op het schrijven van resultatenplannen. We maken daarbij een onderscheid tussen doelen (richtinggevend op de langere termijn, in de sfeer van ambities) en resultaten (concreet waarneembare veranderingen en effecten in de praktijk). Die resultaten maken praktisch ‘what is meant’, zodat gedaan wordt wat gedaan moet worden en de medewerkers niet in hopeloze verwarring raken. Die nadruk op concrete resultaten is heel vruchtbaar, maar in de praktijk blijkt het knap lastig om consequent in die termen te denken, zeker in ambtelijke organisaties.

Controleer op onduidelijkheden

Verwarring schuilt in een klein hoekje. Veel onduidelijkheid in teksten vloeit voort uit de aanname dat de lezer over dezelfde kennis beschikt als de schrijver, of dezelfde mening deelt. Je kunt mogelijke misverstanden voorkomen door een schrijfplan of concepttekst te controleren met de volgende vragen:

  • Heeft de lezer de kennis om deze tekst te begrijpen zoals ik hem bedoel?
  • Heeft hij misschien belangen waardoor hij geneigd is dit anders te lezen? Kan ik mijn beschrijving eenduidiger maken?
  • (Indien van toepassing:) Hoe zou iemand die hier niet bij was, over vijf jaar deze tekst lezen? Is er informatie die nu vanzelfsprekend is, maar die later waarschijnlijk vergeten wordt?

Het is altijd nuttig iemand ‘van buiten’ (buiten je afdeling, buiten je organisatie, buiten je werkveld) een tekst te laten lezen, eventueel met deze vragen erbij.

Aannames zijn de wortel van alle ellende

Geplaatst op 27-07-2010

Een van mijn favoriete T-shirts heeft als tekst ‘Assumption is the mother of all screw-ups’. Daar kan geen enkele Nederlandse vertaling tegenop. Als er in communicatietrajecten iets fout gaat, is er altijd minstens een verkeerde aanname in het spel: de ene partij dacht dat de andere partij wel wist dat … of wel zou begrijpen dat… En vaak liggen de puinhopen al huizenhoog voordat zo’n verschil in uitgangspositie aan het licht komt.

In de onderstaand video (Engelstalig, nog geen drie minuten) zet Derek Sivers je op een verrassende manier aan het denken over al die ‘volstrekt logische’ manieren om tegen de zaken aan te kijken.

 Voor de praktijk van zakelijke schrijvers is de les dat het altijd de moeite loont om te onderzoeken welke aannames er in je verhaal verborgen zitten, en ze expliciet te maken als je maar enigszins twijfelt of ze wel door je lezer gedeeld worden. Als je de loop van de tekst niet al te veel wilt verstoren, kan dat goed in een voetnoot of in een bijlage. Beter een discussie over je aannames vooraf dan puinruimen als het te laat is.

Sta op en denk!

Geplaatst op 03-09-2009

De evolutie is er nog niet in geslaagd onze stofwisseling aan te passen aan het zittende bestaan dat de meesten van ons leiden. Dat verklaart grotendeels de toename van overgewicht en daaraan verbonden ziekten. Maar we realiseren ons minder dat onze hersenen ook niet gemaakt zijn om hun dag bovenop een zittend lichaam door te brengen. Met meer beweging denken we beter.

De wereldwijde pandemie van overgewicht leidt tot allerlei nare ziekten en problemen, dat weten we intussen wel. Als je diabetes krijgt of hart- en vaatproblemen, dan merk je dat. Maar als je geheugen minder goed werkt dan je zou willen, of als je de meest creatieve oplossing van een probleem mist, dan merk je dat niet zo direct. En het ligt ook veel minder voor de hand dat er een relatie met lichaamsbeweging is. Toch is die er.

De goede oude tijd op de savanne…

Het basisontwerp van ons lichaam gaat terug op de tijd dat we ons op de Afrikaanse savanne ontwikkelden tot rechtopgaande zoogdieren. Wetenschappers nemen aan dat onze voorouders daar gemiddeld een kleine twintig kilometer per dag liepen, zeven dagen in de week, op zoek naar voedsel, water en bescherming. Soms in een rustig tempo, en in een sprintje als er acuut gevaar was (en dat kwam elke dag wel een paar keer voor).

Zo’n bewegingspatroon verbetert de doorbloeding van al je organen, inclusief de hersenen. En omgekeerd, met de minimale hoeveelheid beweging die nu gangbaar is komt het brein chronisch voeding en zuurstof tekort.

Een half uur is al genoeg

Om je hersenen in conditie te houden is niet zo heel veel nodig. Er is een berg aan bewijs dat een half uur wandelen, een keer of drie in de week, al een duidelijk verschil maakt. Van kinderen in de schoolgaande leeftijd tot bejaarden is aangetoond dat de geheugenfuncties, het redeneervermogen en het vermogen om problemen op te lossen erop vooruitgaan als ze in beweging komen. Bovendien zijn er ook emotionele voordelen, zoals een vermindering in de aantallen depressies en angststoornissen.

De simpele oplossing

John Medina, die in zijn boek Brain rules uitgebreid ingaat op de voordelen van lichaamsbeweging, schetst de situatie op een indringende manier: “Als je een omgeving moest ontwerpen waarin mensen zo min mogelijk kunnen leren en zo slecht mogelijk kenniswerk kunnen doen, dan zou je op onze moderne scholen en kantoren uitkomen.”

Ik ben beslist met hem eens dat we de zaken niet helemaal in perspectief hebben. Organisaties besteden kapitalen aan kennismanagement, software, organisatieverbetering en trainingen om het intellectuele kapitaal dat ze in huis hebben zo goed mogelijk te benutten. Maar de aantoonbare, significante en gratis verbetering die je krijgt van een blokje-om tussen de middag laten ze liggen. Trekdesk: lopen en werken

Medina heeft een loopband op zijn kantoor geïnstalleerd met een steun voor zijn laptop, zodat hij wandelend zijn e-mail kan checken. Dat gaat me wat ver (het doet me denken aan de fitnesscentra waar je op de loopband naar een tv-scherm met een bospad kijkt, terwijl er dennengeur in de ruimte geblazen wordt). Maar het zou een idee zijn om in vergaderzalen loopbanden neer te zetten. Er wordt immers ook al met goede resultaten geëxperimenteerd met staand vergaderen.

Wie zijn brein een dienst wil bewijzen, komt in beweging. Zie voor meer inspiratie de goed gevulde site bij het boek Brain rules.

Zintuiglijk schrijven (slot)

Geplaatst op 27-07-2009

Dit is voorlopig de laatste in een reeks berichten die begon toen ik tegen de combinatie ‘kakelverse koffie’ aanliep. Uit de reacties blijkt dat ik niet de enige ben met gevoelige imaginaire zintuigen. En waarom vind ik het eigenlijk nodig om hierover te schrijven?

Die vraag is gauw beantwoord. Goede, prettig leesbare teksten schakelen de zintuigen van de verbeelding in. Dat geldt niet alleen voor literatuur, maar ook voor zakelijk proza. Iedereen voelt het verschil tussen De afzet loopt terug en Het magazijn is nog nooit zo vol geweest. Alle ruimte is bezet met onverkochte voorraad. Daartussen loopt het personeel voor de zoveelste keer het gangpad te vegen – er is immers niets anders voor ze te doen. Spreek de zintuigen van uw lezer aan, en u vergroot de kans dat uw boodschap overkomt. Maar doe die zintuigen daarbij geen pijn.

Kraakhelder en kraakvrij

Naar aanleiding van mijn bericht over ‘kraakhelder’ sprak ik met iemand die zich nog herinnerde hoe op het platteland in de jaren vijftig hier en daar de was nog werd gedroogd op de bleek. Het populairste merk stijfsel in die tijd was ‘Crackfree’, een aanduiding dat niet iedereen blij was met het gekraak van heldere was. Vanaf dat moment konden gekraak en helderheid hun eigen weg gaan.

Horen, zien, voelen?

Ik heb me verder afgevraagd of auditieve woorden zoals ‘kraakhelder’ en ‘kakelvers’ moeilijker hun oorspronkelijke associatie verliezen dan visuele woorden (‘glashelder’) of kinesthetische (‘scharrelkip’). Dat lijkt me bij nader inzien niet. Het is waarschijnlijk meer een kwestie van tijd, en wellicht van gebrek aan bekendheid met de oorspronkelijke situatie. Was kraakt niet meer, dus ‘kraakhelder’ verliest vanzelf zijn kracht. Het is logisch dat ‘kraakheldere nacht’ dan normaal gaat klinken, dank zij de associatie met ‘vriezen dat het kraakt’.

Ik ben vooral benieuwd geworden hoe het allemaal verder gaat. Ik denk dat er met de tijd meer oude zintuigwoorden hun betekenis zullen verliezen, terwijl er tegelijk natuurlijk nieuwe bijkomen. Wie een nieuwe wilde combinatie aantreft, zoals ‘fonkelnieuwe haring’ of ‘loepzuivere koffie’, mag zich melden.

Krakende zintuigen

Geplaatst op 23-07-2009

Zintuiglijke woordcombinaties (kakelvers, scharrelkip) blijven me bezighouden, vooral als ze los raken van de oorspronkelijke associatie. Kraakhelder past ook in die categorie. Een collega, van wie ik overigens op copywritinggebied nog het nodige kon leren, schreef zonder enige bedenking over ‘kraakheldere documenten’. Ik krijg dat niet pijnvrij uit mijn toetsenbord.

Het probleem is dat kraakhelder’ voor mij met schoonheid (in de zin van ‘niet vies’) te maken heeft. Ik vind Van Dale daarbij aan mijn zijde: ‘uitermate schoon’. Dat zegt overigens niet zo veel, want woordenboeken lopen per definitie achter de feiten aan. Ik weet niet hoe het woord ontstaan is, maar mijn associatie gaat in de richting van krakend gesteven, in de zon gebleekte witte was.

Horen en zien

Het verwarrende aspect is volgens mij dat kraak- met geluid te maken heeft, terwijl helder visueel bedoeld was. Ik heb weinig moeite met een ‘kraakheldere nacht’, terwijl dat volgens Van Dale ook niet correct is. De associatie met ‘Het vriest dat het kraakt’ is gewoon te sterk. Maar andere woordcombinaties die ik tegenkom, gaan me echt te ver. ‘Kraakhelder vijverwater’ bijvoorbeeld – ja, als het stevig gevroren heeft. Of ‘kraakheldere bouillon’. Heldere bouillon is bekend, maar kraakheldere? Misschien als de kok kraakbeen meekookt.

Helemaal mooi wordt het als leveranciers audio- en telefoonapparatuur beschrijven. Siemens zegt van de Gigaset-telefoon: ‘kraakhelder geluid’. Het is helder wat ze bedoelen, maar bij een ongestoorde verbinding hoort natuurlijk juist géén gekraak. Ook Lexmark maakt het bont: een printer levert ‘kraakheldere zwarte tekst’. Daarmee zijn we wel heel ver weg van die witte gesteven lakens…