Het vreemdste staaltje multitasking vond ik de man die in een rij urinoirs in de VS naast mij met de ene hand zijn mail checkte, terwijl hij met de andere richting gaf aan zijn primaire taak op dat moment. Dat ging wat ver, maar het was onschuldig in vergelijking met de SMS’ende vrachtwagenchauffeurs die diezelfde Verenigde Staten jaarlijks verantwoordelijk zijn voor duizenden doden. Een trucker die een SMS schrijft achter het stuur, heeft 23 maal meer kans om een ongeluk te veroorzaken. De simpele waarheid: multitasking werkt niet.
Om een samenhangend stuk tekst te schrijven of ander constructief denkwerk te doen, heb je de volledige aandacht van je brein nodig. Het goede nieuws is dat ons brein alleen maar volledige aandacht kent: het kan maar één ding tegelijk doen. Als we multitasken, bijvoorbeeld een gesprek voeren terwijl we onze e-mail lezen, wisselen we in feite twee activiteiten razendsnel af. Zo snel dat we de wisseling zelf meestal niet merken en dus denken dat we twee dingen tegelijk doen.
Multitasken is erger dan dronkenschap
Het slechte nieuws is dat we ons na elke wisseling tussen de twee parallelle activiteiten weer even moeten oriënteren: ‘Waar was ik ook alweer?’ En dat kost, zonder dat je het merkt, wel degelijk tijd. Je omgeving merkt die omschakeling overigens meestal wèl aan een vertraagde reactietijd of aan antwoorden die de plank misslaan. Of, in het ergste geval, aan de schaduw van een vrachtwagen die opeens opdoemt in de achteruitkijkspiegel. Chauffeurs die met hun telefoon bezig zijn, blijken in onderzoek nog slechter te reageren dan proefpersonen die zwaar beschonken achter het stuur zitten.
‘Maar we doen toch voortdurend dingen tegelijk?’ roept u nu wellicht. Natuurlijk. We kunnen tegelijk lopen en een gesprek voeren, we kunnen een envelop opensnijden terwijl we uit het raam kijken en koffie ruiken, ons lichaam regelt onze hartslag en ademhaling terwijl we van alles doen. Maar bij de meeste van die activiteiten hebben we ons bewust denkende brein niet nodig. Wandelen en koffie ruiken gaan immers op de automatische piloot. Veel activiteiten zijn fysiek en worden geregeld door ons ‘spiergeheugen’, hoewel het ooit wel mentale aandacht vroeg om ze te leren. Dat is het mechanisme achter de volkswijsheid ‘Fietsen verleer je nooit.’
De proef op de som: probeer het
Hoewel we het dus anders ervaren, is er een verpletterende hoeveelheid onderzoek als bewijs dat ons brein niet kan multitasken. Dat heeft consequenties voor de manier waarop we het beste de activiteiten rond ons denkwerk kunnen inrichten. Het recept ligt voor de hand: probeer één ding tegelijk te doen. Neem een uur denktijd met de telefoon doorgeschakeld. Lees in die tijd geen mail, kijk niet naar je SMS’jes. Die kunnen wel even wachten. Als je vastloopt in je denken, vlucht dan niet in iets anders maar denk gewoon even langer. Experimenteer, en kijk of het verschil maakt.
Het is wel goed om te weten dat multitasken een verslavend effect heeft. Je bent immers druk, je hebt het gevoel dat je heel veel doet, de adrenaline stroomt, en het ziet er aan de oppervlakte ook nog eens indrukwekkend uit. De afkickende multitasker krijgt daar geheid mee te maken. Maar ja, een echte multitasker heeft waarschijnlijk niet de aandachtsspanne om een lang stuk tekst als dit te lezen. Die is allang iets anders aan het doen.