Denkwerknieuws

Gemakkelijk:
nieuwe berichten automatisch in uw inbox!
Vul hieronder uw
e-mailadres in:


Voorbeeld

 

Berichten met tag ‘leesbaarheid’

Hoe wolliger, hoe beter

Geplaatst op 24-11-2011

Alle schrijfadviesboeken en -cursussen hameren erop: vermijd wollige teksten. Maar hoe doe je dat? Oefenen in wollig schrijven is een van de mogelijkheden, en wellicht de leukste.

Wollig is goed!

Hoe wollig wilt u het hebben?

Wollige teksten: je krijgt er geen grip op, je kunt er geen conclusies aan verbinden, je weet niet wie nou wat gaat doen en wanneer, en toch staat het papier vol met woorden die op een of andere manier iets met het onderwerp te maken hebben. In sommige situaties is dat opzet van de auteur. Zo wordt het politici mogelijk om het eens te lijken over dingen waar ze het niet over eens zijn. Het CDA grossiert in dit soort teksten. Maar in veel andere gevallen is het niets meer dan gewoonte, gebrek aan aandacht of aan alternatieven. Veel van de gemeenteambtenaren die ik train, schrijven van nature wollig zonder dat dat een bewuste keuze is. ‘Zo doen we dat altijd. Hoe kan het anders?’

Je kunt dan in de theorie duiken over passieve werkwoordsvormen, nominalisaties en abstracties. Maar je kunt ook een frisse, heldere tekst te pakken nemen en hem ombouwen tot een wollig gedrocht. Naar keuze in ambtenarentaal, in managerspeak, in politieke wolligheid, quasi-wetenschappelijk imponerend of in het specifieke jargon van je eigen organisatie. Als je weet hoe de vijand werkt, weet je ook hoe je hem kunt bestrijden.

Ik ontleen dit idee aan de korte workshop die de School voor Schrijftraining op 18 november gaf aan de leden van TekstNet. ‘Maak deze tekst wollig’ was een opdracht uit de Schrijfcarrousel. En dat deden we. De conclusie van deze exercitie zou resumerend kunnen luiden dat dit instrument, onder kwalificerende omstandigheden, een potentieel waardevolle aanvulling kan vormen op de beschikbare mogelijkheden om schrijfcompetenties naar een hoger plan te tillen.

Verjaag de feiten naar een bijlage

Geplaatst op 18-08-2008

Visualisatiesoftware wordt meer en meer gebruikt om beslissingen te nemen. Een groep betrokkkenen stelt, al pratend en onderzoekend, een diagram op waarin de belangrijkste alternatieven met hun voors en tegens zichtbaar worden. De kern daarvan is meestal helder genoeg, maar aan de uiteinden van de ‘zijtakken’ kan het behoorlijk druk worden. Wat doe je daarmee als er verwacht wordt dat er naast het diagram ook nog een tekst komt als beslisdocument?

De kracht van een diagram is dat het in één oogopslag laat zien hoe de zaak in elkaar zit, zeker als je die goedgevulde uiteinden netjes dichtvouwt. Veel software biedt de mogelijkheid om vervolgens van bijvoorbeeld een mindmap een Worddocument te maken, maar daarbij gaat dat overzicht als regel verloren. Mogelijkheid Een begint dan op pagina 3 en loopt door tot pagina 10 (of 50 of nog meer), en daar verschijnt Mogelijkheid Twee pas. Vergelijken is bladeren is zoeken.

Hou de kern zichtbaar

De oplossing is om zo veel mogelijk alleen de redenering in het document op te nemen, en alle ondersteunende informatie naar bijlagen te verbannen. Die ondersteunende feiten kun je niet missen, maar dat wil niet zeggen dat alle lezers ze nodig hebben. Hoe korter het hoofddocument, hoe makkelijker de redenering of afweging te volgen is. Wie wil weten hoe een en ander tot stand gekomen is, kan in de bijlagen terecht. Zie een korte, kernachtige tekst als de populaire versie van een rapport, tot stand gekomen zonder de impopulaire versie te schrijven.

In sommige kringen is dat even slikken: een rapport van maar tien pagina’s komt toch niet betrouwbaar over? Dat hangt er maar net van af wie de lezer is. Voor veelbeslissers en meelezers is het een zegen als ze in minimale tijd de kern van de zaak gepresenteerd krijgen. Als een document gewicht moet ontlenen aan zijn dikte, is er ergens iets mis.